Woordenboek
Stel cookie voorkeur in

Woordenboek

Kenmerken van ons onderwijs nader toegelicht…

IGDI instructiemodel

IGDI staat voor:

interactieve, gedifferentieerde, directe instructie.

 

Het IGDI-model is een moderne versie van het directe instructiemodel. Binnen het IGDI-model zijn de fasen van het directe instructiemodel aangepast zodat er meer differentiatie in uitleg en instructietijd tussen de leerlingen ontstaat.

 

Korte beschrijving van het model

In elke les zie je de volgende fasen:

 

1. Start les

Elke les start met een introductie. Hierin wordt de nieuwe leerstof voorbereid, de leerkracht geeft een samenvatting van de leerstof die al eerder aan bod is geweest en haalt relevante voorkennis op. Ook wordt het lesdoel voor de komende les met de kinderen besproken. 

 

2. Presentatie / interactieve groepsinstructie

Tijdens de instructie wordt de nieuwe leerstof gepresenteerd. Belangrijk is hierbij verduidelijking van het doel, uitleg geven, voordoen en duidelijke voorbeelden geven. Instructies moeten niet vragend gegeven worden, maar je moet zelf verwoorden.  Belangrijk is ook het vragen stellen en interactie. Door vragen te stellen kan de leerkracht een beeld vormen van het begrip van de kinderen.

 

3. Begeleide (in)oefening

Tijdens deze fase kunnen de kinderen onder begeleiding van de leerkracht oefenen. Als de opdrachten gerelateerd worden aan het lesdoel is het vooral voor de zwakke leerlingen duidelijker waarom de opdracht belangrijk is en wat ze precies gaan oefenen. Om interactie tussen leerlingen te creëren zijn verschillende vormen van samenwerkend leren een mogelijkheid, zoals denken-delen-uitwisselen. De leerlingen kunnen samen praten over het antwoord op een vraag. Zwakkere leerlingen leren op deze manier van betere leerlingen en kunnen ook met een goed antwoord komen.

 

4. Zelfstandig of in duo’s toepassen / 

verlengde instructie

Bij deze fase wordt de groep in tweeën gesplitst. De leerkracht geeft verlengde instructie aan risico- en zwakke leerlingen in een groep van 2 tot 6 leerlingen. De andere kinderen zijn zelfstandig aan het werk met verwerkingsopdrachten die aansluiten bij de groepsinstructie. De verlengde instructie duurt 15 tot 20 minuten. In deze tijd wordt de groepsinstructie nog eens herhaald (reteaching), wordt nog eens extra geoefend of worden leerlingen alvast voorbereid op de volgende les (preteaching).

 

5. Feedback ZW-groep en instructiegroep

Na de verlengde instructie kunnen deze leerlingen ook zelfstandig aan het werk en krijgen de andere leerlingen feedback op hun gemaakte werk.

 

6. Afsluiting

Dan wordt de les gezamenlijk afgesloten. Er wordt besproken of de leerlingen het doel hebben bereikt. Ook is er alvast een vooruitblik naar de volgende les, er wordt verteld wat dan aan de orde zal komen. Vooral voor de zwakke leerlingen is dit belangrijk omdat het verbinden van nieuwe kennis aan wat ze al weten vaak problemen oplevert.

 

Coöperatieve werkvormen

Coöperatief leren gaat om het (bewust) samenwerken van leerlingen in licht heterogene tweetallen of kleine groepjes. De leerlingen ondersteunen en helpen elkaar en zoeken samen naar oplossingen voor problemen.

Zwakkere leerlingen profiteren van de aanmoediging, uitleg en hulp van medeleerlingen. De betere leerlingen profiteren eveneens van het samenwerken: door anderen te helpen, bereiken ze beheersing van de stof op een hoger niveau. Bovendien neemt de effectieve leertijd toe wanneer de leerkracht gebruik maakt van het vermogen van leerlingen om elkaar te helpen. Het gaat bij coöperatief leren om zowel het leren van inhouden als het leren samenwerken. 


Er is dus sprake van een cognitief en een sociaal doel. 

Het kenmerkende van coöperatief leren is

Directe interactie tussen de leerlingen in een groepje; in de uitwisseling van gedachten, ideeën en opvattingen. 

Het creëren van wederzijdse afhankelijkheid: de opdracht wordt door de leerkracht zo geformuleerd dat de groep alleen succes kan hebben als alle leden van de groep zich inzetten en een bijdrage leveren.

Individuele verantwoordelijkheid: elke leerling is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen leren en gedrag, niet alleen het groepsresultaat telt, elke leerling wordt ook persoonlijk beoordeeld op prestaties.  

 

Voordelen van coöperatief leren

Verbeterde sfeer in de groep

Soepel lopend klassenmanagement

Betrokkenheid van leerlingen 

Actieve deelname door alle leerlingen

Veel variatie in werkvormen 

Bevordering van de sociale vaardigheden

Leerstofbeheersing

De leerlingen leren met en van elkaar.   

 

Convergente differentiatie

Bij convergente differentiatie wordt er een minimumdoel voor de klas als geheel gesteld. Na de klassikale instructie gaat de groep de leerstof zelfstandig verwerken, waardoor de leerkracht tijd heeft om de risicoleerlingen extra instructie te geven. Dit wordt ook wel begeleide inoefening genoemd. Voor de kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong is er verdiepingsstof die aansluit op het leerdoel van de les. Deze vorm van differentiatie stelt hoge verwachtingen aan de zogenaamde risicoleerlingen, waardoor deze niet bij voorbaat worden opgegeven of een eigen leerlijn moeten gaan volgen.

 

Kapstokregels

Er zijn drie kapstokregels

1 Voor groot en klein zullen we aardig zijn.

2 De school is van binnen een wandelgebied 

en buiten hoeft dit lekker niet.

3 We zullen goed voor de spullen zorgen, 

dan zijn ze weer te gebruiken morgen.

 

Aan het begin van het schooljaar starten we in elke groep met het doornemen en doorspreken van de kapstokregels. We proberen op die manier samen met de kinderen een positieve sfeer te creëren in de klas en op het plein.

 

Uitgangspunten

1 Kinderen worden serieus genomen. Zij stellen samen met de leerkracht de regels op en reflecteren op elkaars gedrag.

2 Kinderen worden verantwoordelijk gemaakt voor hun eigen handelen.

3 Kinderen corrigeren elkaar, omdat zij allen graag willen dat de evaluatie aan het eind van de dag positief uitpakt. Kinderen moedigen elkaar aan, wijzen elkaar op de regels en de naleving daarvan.

4 Het groepsgevoel wordt gestimuleerd.

 

Doel

Door preventief aan het gedrag van de leerlingen te werken verbetert het klassenklimaat en wordt een positieve werkhouding van de leerlingen gestimuleerd.

 

Positief formuleren

De drie kapstokregels worden in elke groep verder uitgewerkt in een aantal gedragsregels, waar mogelijk geformuleerd op een positieve manier (gewenst gedrag). Enkele voorbeelden:

neem ieder zoals ie is, je mag anders zijn 

je geeft antwoord als je iets wordt gevraagd

ruzie zó proberen op te lossen dat alle partijen 

tevreden zijn

ieder bepaalt zelf hoe hij genoemd wil worden

bij pestgedrag meteen ingrijpen

we vermijden schuttingtaal en vloeken 

 

Waar mogelijk worden de afgesproken gedragsregels zichtbaar gemaakt; de manier waarop dat gebeurt hangt af van de leeftijd van de kinderen.

 

Driestappenaanpak

De driestappenaanpak komt uit een weerbaarheidsprogramma voor basisschoolkinderen: het Marietje Kessels Project.

Doel van de driestappenaanpak is enerzijds kinderen te leren opkomen voor zichzelf, en anderzijds kinderen te leren luisteren naar elkaar (doen wat de ander verzoekt).

Dit zijn de drie stappen

1 Zeg duidelijk dat je het niet wilt, bijv.: “Hou op, ik vind dit niet leuk!” Vraag waarom de ander zo vervelend doet.

2 Waarschuw de ander: “Als je nu niet ophoudt dan…” Bijv.: “Hou op, anders ga ik naar de juf.”

3 Doe waarvoor je gewaarschuwd hebt.

Dus ga naar de juf.

 

Als een kind met een klacht komt, zullen leerkrachten altijd checken of het kind de drie stappen heeft toegepast. Zo niet, helpt de leerkracht het kind om alsnog de drie stappen te zetten. De leerkracht grijpt in als het ongewenste gedrag blijft doorgaan ondanks dat de drie stappen keurig zijn gevolgd.

 

Als een kind met een klacht komt, zullen leerkrachten altijd checken of het kind de vier stappen heeft toegepast. Zo niet, helpt de leerkracht het kind om alsnog de vier stappen te zetten. De leerkracht grijpt in als het ongewenste gedrag blijft doorgaan ondanks dat de vier stappen keurig zijn gevolgd.

 

N.B.

Voor de kleuters hanteren wij een ëlightí variant: een driestappenaanpak.

 

Taakspel

Wat is Taakspel? 

Met Taakspel houden leerlingen zich beter aan klassenregels. Daardoor neemt onrustig en storend gedrag af. Leerlingen kunnen dan beter en meer taakgericht werken. Bovendien ontstaat er een prettiger klassenklimaat.

Hoe werkt Taakspel? 

Leerlingen spelen Taakspel in teams tijdens de reguliere lessen of activiteiten. De leerkracht bespreekt welke klassenregels er tijdens Taakspel gelden. De leerlingen stimuleren elkaar om zich aan de regels te houden. Er wordt ‘gespeeld’ met kaarten en teamposters voor een beloning, die de kinderen van te voren met elkaar hebben afgesproken. De leerkracht deelt tijdens het spelen van Taakspel alleen complimenten uit en negeert zoveel mogelijk negatief gedrag.

Taakspel is ontwikkeld door de CEDgroep. Voor meer informatie (o.a. een leuke videoclip) zie www.taakspel.nl